img2.gif

 

Groenrijk website

 

Naar index

 

Groenrijk adviseur week 12

De meest bekende brem, Cytisus x praecox, is waarschijnlijk een kruising tussen twee weinig bekende soorten uit het Middellandse-Zeegebied: C. multiflorus en C. purgans. In de rijke mediterrane natuur vallen die oorsprongsplanten nauwelijks op, de vele hybriden uit de Praecox-groep des te meer. Sommige van deze brem-kweekvormen kunnen gemakkelijk 2 m hoog worden en als zo’n struik volop bloeit, weet je niet wat je ziet! De op den duur iets overhangende twijgen zitten dan zo vol bloemen dat het fijne groene blad nauwelijks nog opvalt. De soort C. x praecox bloeit in april-mei met crèmewitte, late gele bloempjes die een enorm sterke geur verspreiden. Zo sterk dat, als je er te lang dicht op zit, je er zelfs hoofdpijn van kunt krijgen. Bij de kweekvormen – die in dezelfde periode bloeien – is dat iets minder en juist daardoor veel aantrekkelijker. Die vormen zijn er in tal van bloeikleuren: ‘Hollandia’ bloeit rozerood, ‘Zeelandia’ lichtgeel met paars, de cultivar ‘Albus’ bijna wit en ‘Allgold’ vrij donker geel. Zo zijn er veel meer. Uw tuinvakman heeft deze week een rijk assortiment in de aanbieding, ook van andere Cytisus-soorten.

Andere mooie bremsoorten

De naam Cytisus

Kijk dan eerst naar de hybriden uit de Scoparius-groep, de vele vormen van de bezembrem. De soort C. scoparius is ook in Europa inheems, maar er worden al eeuwenlang kweekvormen van geteeld. Ook dit worden forse struiken. De soort heeft gele bloemen, maar ‘Andreanus Splendens’ bloeit geel met paars, ‘’Boskoop Ruby’ rozepaars, ‘Golden Sunlight’ geel, ‘Goldfinch’ lichtgeel met roze, ‘Windlesham Ruby’ prachtig rood. De sierlijke struiken hebben sterker overhangende takken dan de Praecox-vormen. Ze kunnen ’s winters wat invriezen, maar ze lopen altijd weer uit. Een lage, kruipende soort is C. decumbens. Die heeft dunne, vertakte twijgen die zich over de grond uitspreiden. Bloeiend (in mei-juni) vormen ze één geel tapijt! C. x kewensis blijft ook vrij laag en groeit kruipend in de breedte (tot zo’n 50 cm hoog en 150 cm breed). De twijgen kunnen prachtig over muurtjes e.d. hangen. De soort heeft lichtgele bloemen, maar ‘Niki’ is meer oranjegeel en wordt ook wel als stamboompje gekweekt. Erg leuk!

Linnaeus gaf deze naam aan de verhoutende leden van de familie van de vlinderbloemigen (Leguminosae), waar ook lathyrus, erwten en bonen toe behoren. Het woord stamt van de oude Grieksnaam Kytisos. Daarmee werden Cytisus-soorten bedoeld die, net als de planten die we hierboven noemden, wintergroene takken en twijgen hadden en kleine blaadjes. Vlinderbloemen hebben een zogenaamde ‘vlag’ en  ‘vleugels’ die vaak een verschillende kleur hebben en dat maakt veel kweekvormen juist zo mooi.

Eenvoudige verzorging

Bremsoorten houden er niet van verplant te worden. Ze worden ook altijd in pot geleverd om de wortels zo min mogelijk stress te bezorgen. Zorg dat de kluit heel blijft bij het inplanten en zet uw brem liefst in wat zure grond. In zware grond groeien ze niet goed. Meng flink veel potgrond of compost door de grond in het plantgat. Meer dan een lichte organische bemesting is niet nodig. Snoei een brem alleen direct na de bloei. Brem met ronde stengels ( C. x praecox) is beter tegen vorst bestand dan soorten of cultivars met hoekige stengels. Zet ze zoveel mogelijk zonnig en beschut.

 


Als ze bloeien zitten de takken boordevol kleurrijk bloeiende, geurende brem


Brem is prachtig met rood of paars bloeiende Japanse azalea’s die in dezelfde periode bloeien. Ook samen met tulpen is het effect schitterend. U krijgt een ongelooflijke zee aan kleur