|
|
|
|
De meest bekende brem, Cytisus x
praecox, is waarschijnlijk een kruising
tussen twee weinig bekende soorten uit
het Middellandse-Zeegebied: C. multiflorus
en C. purgans. In de rijke mediterrane
natuur vallen die oorsprongsplanten
nauwelijks op, de vele hybriden uit
de Praecox-groep des te meer. Sommige
van deze brem-kweekvormen kunnen gemakkelijk
2 m hoog worden en als zo’n struik volop
bloeit, weet je niet wat je ziet! De
op den duur iets overhangende twijgen
zitten dan zo vol bloemen dat het fijne
groene blad nauwelijks nog opvalt. De
soort C. x praecox bloeit in april-mei
met crèmewitte, late gele bloempjes
die een enorm sterke geur verspreiden.
Zo sterk dat, als je er te lang dicht
op zit, je er zelfs hoofdpijn van kunt
krijgen. Bij de kweekvormen – die in
dezelfde periode bloeien – is dat iets
minder en juist daardoor veel aantrekkelijker.
Die vormen zijn er in tal van bloeikleuren:
‘Hollandia’ bloeit rozerood, ‘Zeelandia’
lichtgeel met paars, de cultivar ‘Albus’
bijna wit en ‘Allgold’ vrij donker geel.
Zo zijn er veel meer. Uw tuinvakman
heeft deze week een rijk assortiment
in de aanbieding, ook van andere Cytisus-soorten.
|
|
Kijk dan eerst naar de hybriden uit
de Scoparius-groep, de vele vormen van
de bezembrem. De soort C. scoparius
is ook in Europa inheems, maar er worden
al eeuwenlang kweekvormen van geteeld.
Ook dit worden forse struiken. De soort
heeft gele bloemen, maar ‘Andreanus
Splendens’ bloeit geel met paars, ‘’Boskoop
Ruby’ rozepaars, ‘Golden Sunlight’ geel,
‘Goldfinch’ lichtgeel met roze, ‘Windlesham
Ruby’ prachtig rood. De sierlijke struiken
hebben sterker overhangende takken dan
de Praecox-vormen. Ze kunnen ’s winters
wat invriezen, maar ze lopen altijd
weer uit. Een lage, kruipende soort
is C. decumbens. Die heeft dunne, vertakte
twijgen die zich over de grond uitspreiden.
Bloeiend (in mei-juni) vormen ze één
geel tapijt! C. x kewensis blijft ook
vrij laag en groeit kruipend in de breedte
(tot zo’n 50 cm hoog en 150 cm breed).
De twijgen kunnen prachtig over muurtjes
e.d. hangen. De soort heeft lichtgele
bloemen, maar ‘Niki’ is meer oranjegeel
en wordt ook wel als stamboompje gekweekt.
Erg leuk!
|
Linnaeus gaf deze naam aan de verhoutende
leden van de familie van de vlinderbloemigen
(Leguminosae), waar ook lathyrus, erwten
en bonen toe behoren. Het woord stamt
van de oude Grieksnaam Kytisos. Daarmee
werden Cytisus-soorten bedoeld die,
net als de planten die we hierboven
noemden, wintergroene takken en twijgen
hadden en kleine blaadjes. Vlinderbloemen
hebben een zogenaamde ‘vlag’ en ‘vleugels’
die vaak een verschillende kleur hebben
en dat maakt veel kweekvormen juist
zo mooi.
|
|
Bremsoorten houden er niet van verplant
te worden. Ze worden ook altijd in pot
geleverd om de wortels zo min mogelijk
stress te bezorgen. Zorg dat de kluit
heel blijft bij het inplanten en zet
uw brem liefst in wat zure grond. In
zware grond groeien ze niet goed. Meng
flink veel potgrond of compost door
de grond in het plantgat. Meer dan een
lichte organische bemesting is niet
nodig. Snoei een brem alleen direct
na de bloei. Brem met ronde stengels
( C. x praecox) is beter tegen vorst
bestand dan soorten of cultivars met
hoekige stengels. Zet ze zoveel mogelijk
zonnig en beschut.
|
|
|
|
|
 Als ze bloeien zitten de takken boordevol kleurrijk bloeiende, geurende brem
|
|

Brem is prachtig met rood of paars bloeiende
Japanse azalea’s die in dezelfde periode bloeien.
Ook samen met tulpen is het effect schitterend.
U krijgt een ongelooflijke zee aan kleur
|
|
|
|
|
|