|
|
|
|
Een aparte Nederlandse naam hebben
ze niet, deze groenblijvende struikjes
met hun mooi verkleurende blad. De wetenschappelijke
naam Leucothoe komt uit de Griekse mythologie:
het was de naam van één van de geliefden
van de god Apollo, een dochter van de
Babylonische koning Orchamus die haar
om die liefde levend begroef, maar Apollo
veranderde haar in een wierookplant
en redde zo haar leven. Leucothoe’s
vormen een geslacht van ca. 45 soorten
uit Oost-Azië, Noord- en Zuid-Amerika
en Madagascar. Bij ons worden enkele
goed winterharde soorten, maar vooral
een paar schitterende cultivars gekweekt.
|
|
Leucothoe’s
lijken wel wat op bergthee
(Gaultheria). Het zijn ook
planten die tot de zure
grond minnende heideachtigen
of Ericaceae behoren. Ze
hebben afwisselend geplaatst,
lancetvormig tot eirond,
leerachtig blad en dragen
(de meeste in mei) okselstandige
trosjes witte, urnvormige
bloempjes waaruit later
platte, ronde zaaddozen
kunnen ontstaan. Maar Leucothoe
verdraagt meer schaduw dan
Gaultheria. Toch is het
beter om de planten wat
zonnig te zetten, omdat
dan de bladverkleuring veel
mooier is. En om die kleurige
bladeren gaat het bij deze
planten.
|
|
|
|
Leucothoe
walteri ‘Rainbow’, een tot
1,5 m hoog en breed uitgroeiende
heester met overhangende
takken, is heel bekend.
Bij deze plant is het jonge
blad groen, het verkleurt
naar een bont donkergroen
met roomwitte tot gele en
roze vlekken. De jonge twijgen
zijn behaard en karmozijnrood.
Maar minstens zo mooi zijn
de hybridevormen ‘Zeblid’
(syn. ‘Scarletta’), ‘Zebekot’
(syn. ‘Carinella’) en ‘Zebonard’
(syn. ‘Lovita’) die uw tuinvakman
speciaal deze week aanbiedt.
Deze planten blijven wat
kleiner, tussen 60 en 100
cm hoog en even breed. Ze
zijn daardoor ook geschikt
voor kleine tuinen. Het
blad verkleurt in de herfst
tot schitterende, opvallend
rode tinten – bij ‘Zeblid’
zijn ze wijnrood, bij ‘Zebekot’
meer bruinrood –, vooral
aan de einden van de twijgen.
Die kleur blijft de hele
winter tot ver in het voorjaar
aan de planten. Het is zo
mooi dat dit sterke blad
ook graag door bloemschikkers
wordt gebruikt. ‘Zebonard’
heeft wat groter blad dan
de andere twee.
|
|
|
|
|
De planten
staan graag beschut in humusrijke,
zure, vruchtbare grond.
Zet ze liever niet op het
oosten of op een erg winderige
plek. Daar zullen ze vooral
’s winters schade oplopen
door felle zon en uitdroging.
Lichte schaduw is het best.
Plant de struik in een ruim
plantgat in met veel turfmolm
of potgrond verbeterde grond.
Geen beendermeel geven,
dat bevat kalk! Zorg dat
de grond goed rond de wortels
aansluit en geef na het
inplanten royaal water.
Het is zelfs goed om rond
de planten een ondiep geultje
te maken en daar de eerste
weken na het planten wekelijks
water in te gieten. Het
is goed om ieder jaar na
de bloei (dus in de zomer)
een paar oudere takken weg
te nemen om de struiken
te verjongen. In het voorjaar
een kalkvrije basisbemesting
geven. Het best is speciale
mest voor zure-grondplanten.
Breng boven de wortels een
mulchlaag van schorssnippers
aan. Dat helpt tegen uitdroging
van de grond en gaat onkruidgroei
tegen. Het helpt bovendien
de grond zuur te houden.
Uw tuinvakman heeft de juiste
producten in voorraad.
|
|
|
|
|
|
|
|
 SCHITTEREND
BLAD EN WITTE BLOEMPJES
LEUCOTHOE, SPREEK UIT LUI-KO-TO-EE
|
|

Leucothoe
past ook uitstekend op een beschutte plek in een
heidetuin, samen met bergthee (Gaultheria), diverse
heidesoorten (Calluna, Daboecia, Erica), kleine
conifeertjes, rijkbloeiende Kalmia latifolia, bezembrem
(Cytisus Scoparius Groep), rododendrons, Pieris
‘Forest Flame’, Enkianthus, schijnels (Clethra delavayi)
en diverse Camellia-vormen.
|
|
|
|
|
|