img2.gif

 

Groenrijk website

 

Naar index

 

Groenrijk adviseur nummer 14

Een aparte Nederlandse naam hebben ze niet, deze groenblijvende struikjes met hun mooi verkleurende blad. De wetenschappelijke naam Leucothoe komt uit de Griekse mythologie: het was de naam van één van de geliefden van de god Apollo, een dochter van de Babylonische koning Orchamus die haar om die liefde levend begroef, maar Apollo veranderde haar in een wierookplant en redde zo haar leven. Leucothoe’s vormen een geslacht van ca. 45 soorten uit Oost-Azië, Noord- en Zuid-Amerika en Madagascar. Bij ons worden enkele goed winterharde soorten, maar vooral een paar schitterende cultivars gekweekt.

Ze houden van zure grond

De juiste verzorging

Leucothoe’s lijken wel wat op bergthee (Gaultheria). Het zijn ook planten die tot de zure grond minnende heideachtigen of Ericaceae behoren. Ze hebben afwisselend geplaatst, lancetvormig tot eirond, leerachtig blad en dragen (de meeste in mei) okselstandige trosjes witte, urnvormige bloempjes waaruit later platte, ronde zaaddozen kunnen ontstaan. Maar Leucothoe verdraagt meer schaduw dan Gaultheria. Toch is het beter om de planten wat zonnig te zetten, omdat dan de bladverkleuring veel mooier is. En om die kleurige bladeren gaat het bij deze planten. 
 

De mooiste kweekvormen

Leucothoe walteri ‘Rainbow’, een tot 1,5 m hoog en breed uitgroeiende heester met overhangende takken, is heel bekend. Bij deze plant is het jonge blad groen, het verkleurt naar een bont donkergroen met roomwitte tot gele en roze vlekken. De jonge twijgen zijn behaard en karmozijnrood. Maar minstens zo mooi zijn de hybridevormen ‘Zeblid’ (syn. ‘Scarletta’), ‘Zebekot’ (syn. ‘Carinella’) en ‘Zebonard’ (syn. ‘Lovita’) die uw tuinvakman speciaal deze week aanbiedt. Deze planten blijven wat kleiner, tussen 60 en 100 cm hoog en even breed. Ze zijn daardoor ook geschikt voor kleine tuinen. Het blad verkleurt in de herfst tot schitterende, opvallend rode tinten – bij ‘Zeblid’ zijn ze wijnrood, bij ‘Zebekot’ meer bruinrood –, vooral aan de einden van de twijgen. Die kleur blijft de hele winter tot ver in het voorjaar aan de planten. Het is zo mooi dat dit sterke blad ook graag door bloemschikkers wordt gebruikt. ‘Zebonard’ heeft wat groter blad dan de andere twee.

 

De planten staan graag beschut in humusrijke, zure, vruchtbare grond. Zet ze liever niet op het oosten of op een erg winderige plek. Daar zullen ze vooral ’s winters schade oplopen door felle zon en uitdroging. Lichte schaduw is het best. Plant de struik in een ruim plantgat in met veel turfmolm of potgrond verbeterde grond. Geen beendermeel geven, dat bevat kalk! Zorg dat de grond goed rond de wortels aansluit en geef na het inplanten royaal water. Het is zelfs goed om rond de planten een ondiep geultje te maken en daar de eerste weken na het planten wekelijks water in te gieten. Het is goed om ieder jaar na de bloei (dus in de zomer) een paar oudere takken weg te nemen om de struiken te verjongen. In het voorjaar een kalkvrije basisbemesting geven. Het best is speciale mest voor zure-grondplanten. Breng boven de wortels een mulchlaag van schorssnippers aan. Dat helpt tegen uitdroging van de grond en gaat onkruidgroei tegen. Het helpt bovendien de grond zuur te houden. Uw tuinvakman heeft de juiste producten in voorraad.

 

 


SCHITTEREND BLAD EN WITTE BLOEMPJES

LEUCOTHOE, SPREEK UIT LUI-KO-TO-EE




Leucothoe past ook uitstekend op een beschutte plek in een heidetuin, samen met bergthee (Gaultheria), diverse heidesoorten (Calluna, Daboecia, Erica), kleine conifeertjes, rijkbloeiende Kalmia latifolia, bezembrem (Cytisus Scoparius Groep), rododendrons, Pieris ‘Forest Flame’, Enkianthus, schijnels (Clethra delavayi) en diverse Camellia-vormen.