|
|
|
|
Dit is een verschrikkelijk groot
plantengeslacht. Zeker sinds de azalea’s
er bij zijn ingelijfd. Azalea’s zijn
dus ook Rhododendron’s of – op z’n Nederlands
– rododendrons (zonder ‘h’), afgekort
rodo’s. In totaal zijn er zo’n 800 Rhododendron-soorten
en duizenden kweekvormen. Dat zijn vooral
hybriden, kruisingsproducten van verschillende
soorten. De meeste rodo’s blijven ’s
winters groen, de meeste azaleatypen
verliezen hun blad. Dat verschil gaat
dus niet voor 100% op. Waar u wel op
kunt rekenen is dat alle rodo’s van
zure grond houden. De cultivars die
wat kalk verdragen zijn op de vingers
van één hand te tellen.
|
|
De bekende
plantkundige Linnaeus heeft
de planten hun naam Rhododendron
gegeven. Van de Griekse
woorden ‘rhodon’ – roze
– en ‘dendron’ – boom. Roze
boom dus en dat is vreemd,
want het is een Griekse
volksnaam voor de roze bloeiende
oleander, een totaal andere
plant! Er zijn inderdaad
rodo’s die boomgroot worden,
maar die worden vooral op
landgoederen en in parken
toegepast. Het vervelende
is alleen dat die grote
vormen met de naam ‘tuinhybriden’
worden aangeduid. Voor de
gemiddelde Nederlandse tuin
is vooral een enorme variatie
aan kleinere kweekvormen
interessant. Uw tuinvakman
heeft deze week een extra
groot assortiment in voorraad.
Het is onbegonnen werk ze
allemaal te noemen. Het
is handiger dat u weet om
welke groepen het gaat,
want – u raadt het al –
ook de hybriden worden weer
in allerlei groepen onderverdeeld.
De azalea’s vergeten we
even. Het gaat deze week
om de wintergroene rodo-hybriden.
|
|
|
|
Leucothoe
walteri ‘Rainbow’, een tot
1,5 m hoog en breed uitgroeiende
heester met overhangende
takken, is heel bekend.
Bij deze plant is het jonge
blad groen, het verkleurt
naar een bont donkergroen
met roomwitte tot gele en
roze vlekken. De jonge twijgen
zijn behaard en karmozijnrood.
Maar minstens zo mooi zijn
de hybridevormen ‘Zeblid’
(syn. ‘Scarletta’), ‘Zebekot’
(syn. ‘Carinella’) en ‘Zebonard’
(syn. ‘Lovita’) die uw tuinvakman
speciaal deze week aanbiedt.
Deze planten blijven wat
kleiner, tussen 60 en 100
cm hoog en even breed. Ze
zijn daardoor ook geschikt
voor kleine tuinen. Het
blad verkleurt in de herfst
tot schitterende, opvallend
rode tinten – bij ‘Zeblid’
zijn ze wijnrood, bij ‘Zebekot’
meer bruinrood –, vooral
aan de einden van de twijgen.
Die kleur blijft de hele
winter tot ver in het voorjaar
aan de planten. Het is zo
mooi dat dit sterke blad
ook graag door bloemschikkers
wordt gebruikt. ‘Zebonard’
heeft wat groter blad dan
de andere twee. Echt puur
blauw is er niet bij. Ga
maar kijken in het tuincentrum
en maak een keuze uit de
kleuren die u mooi vindt.
Als u ze goed verzorgt,
is een bijna overdadige
bloei ieder voorjaar weer
uw beloning.
|
|
|
|
|
Rodo’s
zijn heideachtigen of Ericaceeën
en houden dus van zure grond.
Maak een ruim plantgat en
meng veel potgrond en compost
door de grond waar u ze
in plant. Hoe meer humus
hoe beter. Rodo’s hebben
een compacte wortelkluit
en laten zich gemakkelijk
verplanten. Zet ze nooit
op een droge plek in de
volle zon, maar liefst in
lichte schaduw en in vochtige
grond. Plant ze ook weer
niet te donker, want dan
bloeien ze minder. Vermijd
bovendien plekken waar de
ochtendzon op het blad schijnt,
daar kunnen ze ’s winters
bevriezen en verdrogen.
Geef nooit kalkhoudende
mest zoals beendermeel.
Uw tuinvakman heeft speciale
Rhododendron-mest in voorraad.
Gedroogde koemest is ook
goed. Strooi de mest na
het planten en vervolgens
ieder voorjaar. Een laag
boomschorssnippers boven
de wortels helpt de grond
vochtig houden. Giet liefst
met regenwater (kalkvrij!).
|
|
|
|
|
|
|
|
 WEKENLANG
ZEEËN VAN KLEUR; MACHTIG MOOIE RODODENDRONS
|
|

Snoei
is nauwelijks nodig, maar als u de uitgebloeide
bloemen voorzichtig verwijdert (kort onder de bloem
afbreken!) zal de plant het jaar erop extra rijk
bloeien!
|
|
|
|
|
|