img2.gif

 

Groenrijk website

 

Naar index

 

Groenrijk adviseur nummer 15

Dit is een verschrikkelijk groot plantengeslacht. Zeker sinds de azalea’s er bij zijn ingelijfd. Azalea’s zijn dus ook Rhododendron’s of – op z’n Nederlands – rododendrons (zonder ‘h’), afgekort rodo’s. In totaal zijn er zo’n 800 Rhododendron-soorten en duizenden kweekvormen. Dat zijn vooral hybriden, kruisingsproducten van verschillende soorten. De meeste rodo’s blijven ’s winters groen, de meeste azaleatypen verliezen hun blad. Dat verschil gaat dus niet voor 100% op. Waar u wel op kunt rekenen is dat alle rodo’s van zure grond houden. De cultivars die wat kalk verdragen zijn op de vingers van één hand te tellen.

Een rare naam eigenlijk

De verzorging

De bekende plantkundige Linnaeus heeft de planten hun naam Rhododendron gegeven. Van de Griekse woorden ‘rhodon’ – roze – en ‘dendron’ – boom. Roze boom dus en dat is vreemd, want het is een Griekse volksnaam voor de roze bloeiende oleander, een totaal andere plant! Er zijn inderdaad rodo’s die boomgroot worden, maar die worden vooral op landgoederen en in parken toegepast. Het vervelende is alleen dat die grote vormen met de naam ‘tuinhybriden’ worden aangeduid. Voor de gemiddelde Nederlandse tuin is vooral een enorme variatie aan kleinere kweekvormen interessant. Uw tuinvakman heeft deze week een extra groot assortiment in voorraad. Het is onbegonnen werk ze allemaal te noemen. Het is handiger dat u weet om welke groepen het gaat, want – u raadt het al – ook de hybriden worden weer in allerlei groepen onderverdeeld. De azalea’s vergeten we even. Het gaat deze week om de wintergroene rodo-hybriden. 

Hybriden in groepen

Leucothoe walteri ‘Rainbow’, een tot 1,5 m hoog en breed uitgroeiende heester met overhangende takken, is heel bekend. Bij deze plant is het jonge blad groen, het verkleurt naar een bont donkergroen met roomwitte tot gele en roze vlekken. De jonge twijgen zijn behaard en karmozijnrood. Maar minstens zo mooi zijn de hybridevormen ‘Zeblid’ (syn. ‘Scarletta’), ‘Zebekot’ (syn. ‘Carinella’) en ‘Zebonard’ (syn. ‘Lovita’) die uw tuinvakman speciaal deze week aanbiedt. Deze planten blijven wat kleiner, tussen 60 en 100 cm hoog en even breed. Ze zijn daardoor ook geschikt voor kleine tuinen. Het blad verkleurt in de herfst tot schitterende, opvallend rode tinten – bij ‘Zeblid’ zijn ze wijnrood, bij ‘Zebekot’ meer bruinrood –, vooral aan de einden van de twijgen. Die kleur blijft de hele winter tot ver in het voorjaar aan de planten. Het is zo mooi dat dit sterke blad ook graag door bloemschikkers wordt gebruikt. ‘Zebonard’ heeft wat groter blad dan de andere twee. Echt puur blauw is er niet bij. Ga maar kijken in het tuincentrum en maak een keuze uit de kleuren die u mooi vindt. Als u ze goed verzorgt, is een bijna overdadige bloei ieder voorjaar weer uw beloning.

 

Rodo’s zijn heideachtigen of Ericaceeën en houden dus van zure grond. Maak een ruim plantgat en meng veel potgrond en compost door de grond waar u ze in plant. Hoe meer humus hoe beter. Rodo’s hebben een compacte wortelkluit en laten zich gemakkelijk verplanten. Zet ze nooit op een droge plek in de volle zon, maar liefst in lichte schaduw en in vochtige grond. Plant ze ook weer niet te donker, want dan bloeien ze minder. Vermijd bovendien plekken waar de ochtendzon op het blad schijnt, daar kunnen ze ’s winters bevriezen en verdrogen. Geef nooit kalkhoudende mest zoals beendermeel. Uw tuinvakman heeft speciale Rhododendron-mest in voorraad. Gedroogde koemest is ook goed. Strooi de mest na het planten en vervolgens ieder voorjaar. Een laag boomschorssnippers boven de wortels helpt de grond vochtig houden. Giet liefst met regenwater (kalkvrij!).

 

 


WEKENLANG ZEEËN VAN KLEUR; MACHTIG MOOIE RODODENDRONS

 




Snoei is nauwelijks nodig, maar als u de uitgebloeide bloemen voorzichtig verwijdert (kort onder de bloem afbreken!) zal de plant het jaar erop extra rijk bloeien!