|
|
|
|
Abutilons – een aparte Nederlandse
naam is er niet – bloeien maar door:
buiten van mei tot laat in de herfst
en ook zelfs nog ’s winters in de woonkamer
of serre. Hun papierdunne, hangende
bloemen zijn meestal rood, geel of oranje.
Ze schitteren en glanzen tussen het
blad. Dat zacht behaarde blad lijkt
qua vorm wel wat op dat van esdoorns,
maar daar hebben deze Zuid-Amerikaanse
planten geen enkele relatie mee. Het
zijn Malva-achtigen. Hoe sterker de
planten in de herfst worden teruggesnoeid,
des te rijker zullen ze aan de einden
van de nieuwe twijgen bloeien. Abutilons
kunnen als struik, maar ook als stamboompjes
worden gekweekt. Ze zijn prachtig, niet
voor niets werden ze uitgeroepen tot
kuipplanten van het jaar 2002.
|
|
De meeste
abutilons die als kuipplant
worden toegepast zijn hybriden
met namen als ‘Ashford Red’,
Big Bell’, ‘Canary Bird’,
Eric Rose’, ‘Feuerglocke’,
‘Goldprinz’, ‘Pink Niedorp’,
‘Red Princess’ enz. U ziet,
de bloemkleuren zijn vaak
in de naam herkenbaar. Ieder
jaar komen er wel een paar
nieuwe bij. Heel gewild
is Abutilon pictum ‘Thompsonii’
die goudgeel en wit gevlekt
blad heeft. A. megapotanicum
heeft hartvormig-ovaal blad
en bloemen die aan lampions
doen denken. Uit een rode
‘muts’ komen gele kroonbladen
en daaruit hangt een heel
donker (zwartrood) getinte
bundel meeldraden. Vanwege
die kleursamenstelling wordt
deze plant wel ‘Belgische
vlag’ genoemd. De bontbladige
cultivar ‘Variegatum’ van
deze soort heeft dunne,
overhangende takken. Uw
plantenvakman heeft deze
week een zeer gevarieerd
assortiment in de aanbieding.
|
|
|
|
Houd u
aan een paar simpele regeltjes
en u heeft gegarandeerd
succes met uw abutilons.
Zet ze liefst wat licht
beschaduwd, zeker niet de
hele dag in de felle zon.
Ze houden van voedzame,
humusrijke potgrond. Zorg
voor goede drainage in de
pot, maar zet die pot op
een schotel of onderzetter.
Geef de planten dagelijks
water, het mag in de onderzetter
blijven staan. Planten die
te lang droog of juist nat
staan, laten hun blad vallen.
Te veel zon kan gele of
bruine verkleuring van het
blad veroorzaken. Verplaats
en verdraai de planten zo
min mogelijk, dat kan knop-
en bloemval veroorzaken.
Geef tot eind augustus eenmaal
per week plantenvoedsel
in het gietwater of duw
langwerkende mestpillen
bij de wortels in de potgrond,
dan hoeft u maandenlang
niet te mesten (te koop
bij uw plantenvakman). Bescherm
de planten tegen harde wind
en felle slagregens. De
dunste twijgjes breken namelijk
vrij gemakkelijk. Zet de
plant elk voorjaar in een
iets grotere pot voor hij
naar buiten gaat (mei) en
snoei hem daarvoor flink
terug (maart-april). Door
snoei blijft de plant mooi
compact. Als u uw kuipabutilons
’s winters in de woonkamer
zet, zullen ze blijven doorbloeien.
Zet ze dan niet warmer dan
zo’n 20 °C. Maar u kunt
ze ook op een lichte koele
plek zetten bij temperaturen
tussen 5 en 10 °C. Dan bloeien
ze niet door, maar nemen
rust. Als ze te donker staan,
laten ze hun blad vallen. Geef
’s winters matig water en
doorbloeiende planten in
een warme kamer eens per
maand plantenvoeding.
|
|
|
Behalve
de kuipplanten zijn er ook
eenjarige en vaste-plantabutilons
en weinig bekende tuinheesters
als Abutilon x suntense.
Dat is een snelgroeiende,
bladverliezende, sierlijk
overhangende struik die
lichte vorst goed verdraagt.
Op een beschutte, warme
plek in de volle grond kan
hij wel 4 m hoog worden.
In mei-juni verschijnen
er (afhankelijk van de cultivar)
massa’s witte, lila of dieppaarse,
stokroosachtige bloemen
boven het donkergroene druifachtige
blad. A. vitifolium is ook
zo’n redelijk vorstbestendige
bladverliezer (grijsgroen
blad) die zich in de vroege
zomer in een rijkdom aan
paarsblauwe, grote bloemen
hult.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
\WEELDERIG
BLOEIENDE ABUTILONS
|
|

U
kunt uw abutilons ’s zomers ook in de volle tuingrond
planten. Succes verzekerd!
|
|
|
|
|
|