|
|
|
|
De daglelie of Hemerocallis is
echt een plant van het noordelijk halfrond.
Er zijn zo’n twintig soorten van dit
geslacht bekend die oorspronkelijk vooral
in Oost-Azië (China, Japan, Korea enz.)
voorkomen, maar sommige zijn ook in
Europa en Noord-Amerika ingeburgerd.
Het aantal gekweekte echte soorten is
klein, het aantal tuinhybriden (kruisingen
tussen soorten en kruisingen met kruisingen)
is reusachtig. Dat zijn er meer dan
50.000! Vooral in Oost-Azië wordt er
al heel lang mee gekruist omdat de planten
daar worden gegeten. Daarbij gaat het
vooral om de bloemen. Die zijn niet
alleen erg mooi, maar ook heel lekker.
Ze worden meestal rauw in salades verwerkt
en smaken knapperig en zoet, vanwege
de nectar die erin zit. Het proberen
waard!
|
|
De hybriden stellen nauwelijks
eisen aan de grondsoort.
Alles is best, als de grond
maar redelijk voedzaam en
iets vochtig is en in zon
of halfschaduw ligt. Ze
groeien graag tussen bomen
en heesters, als groep in
het gras, bij een vijver
en tussen andere vaste planten
in borders, zelfs als randplanten
in plaats van bijvoorbeeld
buxus of lavendel. Onderhoud
vragen de planten bijna
niet. De nieuwere cultivars
bloeien heel lang door.
Iedere bloem blijft maar
één dag goed, maar de bloemenstroom
gaat maandenlang door. Het
zijn ongelooflijk dankbare
planten. Geen wonder dat
er ook in ons land een snel
groeiende groep enthousiastelingen
is – in de USA zijn daglelies
een echte rage – die zoveel
mogelijk verschillende vormen
en bloemkleuren verzamelt.
De lelieachtige bloemen
zijn dan ook prachtig en
daglelies hebben geen last
van leliehaantjes. Ook ziektes
kennen ze bijna niet. De
groepen planten kunnen zich
wel lekker uitbreiden. Het
is dan ook verstandig de
planten eens in de 3 à 4
jaar op te nemen, te delen
en in nieuw bemeste grond
weer in te planten.
|
|
|
|
|
|
|
Uw plantenvakman
heeft deze week een prachtig
assortiment daglelies in
de aanbieding. Dat belooft
een waar kleurenfeest. Er
zijn zoveel mooie rassen
dat kiezen zelfs moeilijk
kan worden. We noemen een
paar bekende: ‘Autumn Red’,
rood; ‘Bonanza’, oranjegeel
met bruine vlekken; ‘Catherine
Woodbury’, orchideeroze
met groene keel; ‘Crimson
Pirate’, donkerrood met
goudgeel; ‘Double Firecracker’,
oranjerood, gevuld; ‘Gentle
Shepherd’, crèmewit met
groen; ‘Gold Imperial’,
citroengeel; ‘Little Fairy’,
oranjegeel; ‘Purple Waters’,
donkerrood; ‘Sammy Russell’,
vrolijk rood; ‘Stella de
Oro’, goudgeel; Summer Wine’,
paars en extra grote bloemen.
De maten wisselen van 30
cm tot ruim 100 cm hoog.
Sommige bloeien al in mei,
andere beginnen pas in juli.
Dus variatie en bloeiopvolging
zijn geen enkel probleem.
En dan zijn er ook nog echte
soorten als de geeloranje
Hemerocallis middendorffii
(50 cm hoog) en de citroengele
H. citrina (70 cm hoog).
|
|
|
|
Hemerocallis
heet daglelie omdat iedere
bloem maar één dag bloeit.
’s Morgens gaat hij open,
hij straalt een hele dag
en verwelkt ’s avonds om
de volgende dag weer door
een nieuwe bloem te worden
opgevolgd. De bloemen staan
bij elkaar in een losse
bloeiwijze aan het eind
van iedere stevige stengel
die boven het prachtige
volle, lancetvormige blad
uitpiekt. De stengels zijn
vaak vertakt, wat nog meer
bloemen per plant oplevert.
De naam Hemerocallis is
afgeleid van het Griekse
hemera, wat ‘dag’ betekent,
en kallos, wat ‘schoonheid’
is. Eigenlijk ‘dagschoonheid’
dus. Vroeger werd het sap
van de planten gebruikt
als middel tegen arsenicumvergiftiging
en nog veel meer. Het schijnt
heel gezond te zijn. De
wortels – die ook worden
gegeten – zijn bij veel
rassen verdikt tot knollen
waarin reservevoedsel wordt
opgeslagen.
|
|
|
|
|
|
|
|

DAGLELIES WEKKEN VERZAMELWOEDE
|
|

Omdat
alle delen van de plant eetbaar zijn, misstaan daglelies
ook absoluut niet tussen groenten of in een kruidentuin.
Ze kunnen er zelfs een prachtig element in vormen,
zoals vroeger ook in de boerentuinen groenten, kruiden
en bloemen werden gecombineerd.
|
|
|
|
|
|