|
|
|
|
De naam van dit nog tamelijk weinig
bekende plantengeslacht is ontleend
aan de vorm van bloemblaadjes. Het Griekse
‘loron’ betekent ‘riem’ of ‘bandvormig’
en een ‘petalon’ is een bloemblaadje.
Het is een geslacht met zeker één, maar
mogelijk twee soorten – daar is men
het nog niet helemaal over eens – uit
Oost-Azië. Loropetalum chinense komt
van nature voor in China, Japan en Assam
in India. Het is een mooie, altijdgroene
heester met een evenwichtige groeivorm,
een sterke vertakking en iets bol, puntig,
licht berijpt blad met een asymmetrische
basis. Ook de jonge twijgjes hebben
een soort rijplaagje. De bloemen lijken
sterk op die van de Hamamelis of toverhazelaar,
maar bij de soort zijn ze roomwit, 2
cm lang en ze verschijnen aan het eind
van de winter tot in de vroege lente.
Net als bij de toverhazelaar – waarmee
de plant trouwens vaak wordt verward
– geuren ze heerlijk zoet, maar niet
overdreven sterk.
|
|
De kwekers hebben niet stil gezeten
en inmiddels enkele schitterend bloeiende
cultivars ontwikkeld die u in het heel
vroege voorjaar met hun rijke bloementooi
zullen opvrolijken. Uw tuinvakman brengt
daarvan speciaal deze week een selectie
voor het voetlicht. De planten zijn
veel meer aandacht waard dan ze tot
nu toe hebben gekregen. ‘Snow Dance’
bloeit puur wit, maar ‘Pipa’s Red’,
‘Fire Dance’ en ‘Daybreak’s Flame’
vertonen veel warmere bloemkleuren.
De struiken kunnen bij ons uiteindelijk
één tot anderhalve meter hoog worden,
maar in de natuur van Japan komen exemplaren
van 7 m hoog voor. Het is dus een sprookje
dat het ‘dwergheesters voor rotstuinen’
zouden zijn, zoals in sommige boeken
is vermeld. De donkere schors van de
takken steekt prachtig of bij de wolken
fijne blaadjes (2,5-6,5 cm lang).
|
Zet uw Loropetalum in een ruime pot
of kuip, waar de wortelkluit uit de
kweekpot royaal in past. Zorg voor drainagegaten
in de bodem – beter nog in de zijkant
vlak boven de bodem, zodat er altijd
iets water in de pot of kuip blijft
staan. Breng een laag Loropetalum uit
zijn kweekpot en zet hem in de pot of
kuip. Zorg dat de bovenkant van de kluit
ca. 1 cm onder de rand van de pot of
kuip komt. Vul de pot of kuip vervolgens
verder op met heideplantengrond en druk
dit stevig rond de wortelkluit aan.
Er mogen geen luchtbellen in de grond
overblijven. Vervolgens flink water
geven en een paar langwerkende mestpillen
bij de wortels in de potgrond duwen.
Zet hem op een lichte, beschutte, warme
plek in de tuin en breng de pot of kuip
naar binnen als de vorst invalt. De
plant binnen licht en koel laten overwinteren.
Als hij gaat bloeien meer water geven
en warmer zetten. In mei buiten zetten.
|
|
Loropetalum groeit graag in goed
doorlatende, maar wel humusrijke, vocht
vasthoudende, neutrale tot zure grond
in lichte schaduw of een beschutte plek
waar net de hele dag de volle zon op
staat. Kalk in de grond verdragen ze
niet. De planten kunnen lichte vorst
(tot –5 °C) hebben, maar ze bloeien
pas goed bij een minimumtemperatuur
van +5 °C. Daarom is het beter ze als
kuipplanten te houden in zure potgrond
en ze binnen op een koele, lichte plek
te laten overwinteren. Geef de planten
in volle groei en tijdens de bloei regelmatig
royaal water, als ze in rust zijn minder
water geven. Het is beter een langdurig
werkende meststof (mestpillen) bij de
wortels in de potgrond te stoppen dan
voeding met het gietwater mee te geven.
Door de speciale temperatuurgebonden
werking van de mestpillen bepalen de
planten dan zelf wanneer ze de voeding
willen en kunnen opnemen. Snoei is nauwelijks
nodig. Haal alleen eventueel verkeerd
groeiende takken die het totaalbeeld
verstoren, weg.
|
|
|
|
|
 Loropetalum
chinense
|
|

Als u tussen december en maart buiten in uw tuin
van Loropetalum-achtige bloemen wilt genieten, kunt
u nu ook een Hamamelis of toverhazelaar in een van
de vele prachtige bloemkleuren planten
|
|
|
|
|
|