|
Speciale struikheide met kleur
tot in de winter. Al sinds anderhalve
eeuw zijn kwekers druk bezig om allerlei
vorm- en kleurvariaties die ze bij Calluna
(struikheide, bezemheide of gewone heide)
aantreffen, voort te kweken. Inmiddels
is er een enorm scala aan eigenschappen
ontstaan. Er zijn typen met grijs behaard
loof en cultivars die zomer en
winter geel blad hebben. Andere hebben
bronskleurig-geel loof in de zomer,
maar verkleuren in herfst en winter
tot prachtig oranje of oranjerood. Dat
geeft zelfs zonder bloei een geweldig
kleurenspektakel in de sombere tijd
van het jaar. Er zijn ook normaal groene
cultivars die ’s winters warm zwartbruin
verkleuren of die in het voorjaar opvallend
gekleurde jonge groeitopjes hebben.
|
|
Ook de bloeitijd geeft grote verschillen
te zien tussen de diverse Calluna-cultivars.
Vroege rassen bloeien al half juni,
andere pas vanaf november. De bloemkleur
van de wilde Calluna’s is paars of paarsroze,
maar er zijn tientallen witbloeiende
cultivars, ook zuiver roze en rode typen,
er is zelfs een puur zalmroze ras. In
heel Europa zijn ook enkele tientallen
cultivars met gevulde bloemen ontwikkeld.
|
De volgende, absoluut winterharde
Calluna-cultivars zullen ook in uw tuin
een geweldig kleureffect geven: ‘Alexandra’
(stralend rood), ‘Marlies’ (intensief
paarsrood), ‘Melanie’ (zuiverwit), ‘Amethyst’
(roodpaars) en ‘Marleen’ (ook paarsrood).
Ze hebben allemaal groen loof en groeien
tamelijk rechtop. Uw tuinvakman biedt
ze nu aan in extra grote maten: planten
met een doorsnee van liefst 25-30
cm in potten van 13 cm diameter. Er
is een bijzondere reden om juist deze
cultivars warm aan te bevelen. Het zijn
namelijk zogenaamde knopbloeiers: heideplanten
waarbij de felgekleurde bloemknoppen
niet helemaal open gaan. Qua kleureffect
maakt het niets uit, maar insecten kunnen
de gesloten bloemen niet bestuiven en
daardoor verwelken ze veel later dan
gewoon bloeiende planten. Deze cultivars
bloeien nu al, maar behouden hun kleur
tot in december! Normale bloemen zouden
dan allang zijn uitgebloeid.
|
Heideplanten
houden van matig zure grond.
Meng er daarom voor het
inplanten flink veel turfmolm,
tuinturf
of potgrond
door. Op te kalkrijke grond
kan het blad geel worden.
Plant net zo diep als of
iets dieper dan de
planten in de pot stonden.
De beste planttijd is van
half september tot half
oktober. De planten moeten
om jong te blijven en steeds
weer rijk te bloeien ieder
jaar een keer worden gesnoeid.
Doe dat tussen half maart
en half april. In principe
snoeit u er net zoveel
af als er het jaar
ervoor is bijgegroeid. Geef
in het voorjaar wat organische
mest. Beendermeel of bloedmeel
is prima.
|
|
|
Sommige struikheidevormen worden
hoog, andere groeien heel breed uit,
veel ervan (vaak dwergvormen) kruipen
of hebben een bolvorm. Er bestaan zelfs
hangende typen, maar dat zijn echte
zeldzaamheden. Doordat nieuwe cultivars
in heel Europa ontstaan (van Noorwegen
tot Portugal) wisselt de winterhardheid
ook enorm. In Nederland worden de planten
daarop periodiek streng gekeurd door
een speciale commissie. De cultivars
die hier worden aangeboden zijn daardoor
gegarandeerd geschikt voor ons klimaat.
|