|
|
|
|
De pampa’s zijn de eindeloze,
Zuid-Amerikaanse, vrijwel boomloze prairies
met koele winters en hete zomers waar
de gaucho’s enorme kudden runderen hoeden.
Daar groeit het prachtige pampagras
in het wild: Cortaderia selloana. Het
is één soort uit een geslacht dat behalve
in Zuid-Amerika ook van nature in Nieuw-Zeeland
voorkomt. Aan de planten is te zien
dat ze uit een weerbarstig klimaat stammen.
Vroeger werden ze vooral solitair in
gazons toegepast, maar eigenlijk staan
ze veel mooier in een bed met grind
en keien. Als ze in de herfst bloeien
kunnen de imposante stengels met hun
geweldige bloeipluimen wel 2 tot 3 m
hoog heen en weer wiegen in de wind.
Maar het hele jaar door is een majestueuze
pol bladeren aanwezig, waarin elk sierlijk
overhangend blad 3 m lang kan zijn.
Het blijft in principe ook ’s winters
groen. Wees er voorzichtig mee. De bladranden
zijn scherp. Dat overhangen van het
blad en lang aanblijven van afgestorven
blad geeft in een warm en overwegend
droog klimaat de wortels bescherming
tegen zon, weer en wind.
|
|
Uw plantenvakman heeft deze week
extra mooie kweekvormen voor u in voorraad
met speciale aandacht voor Cortaderia
selloana ‘Pumila’. Dat is een dwergvorm
(tot 120 cm hoog) met fraaie witte pluimen
die – anders dan zijn grote neven en
nichten – uitstekend in een kleine,
zonnige tuin past. Alle kweekvormen
bloeien in september-oktober.
Ze woekeren absoluut niet, maar de pollen
worden elk jaar iets groter. Er zijn
manlijke en vrouwelijke planten. ‘Pumila’
is een vrouwtje. De vrouwelijke bloeien
het mooist en die worden dan ook het
meest aangeboden. Bij de manlijke planten
zijn de pluimen wat stijver en meer
grijs dan zilver. Bij de hoge vormen
‘Senior’ en ‘Sunningdale Silver’ zijn
ze prachtig glanzend zilverwit. ‘Bij
‘Rosea’ zijn de pluimen roze. De roze
bloeiende cultivars zijn overigens wat
vorstgevoeliger dan de zilverwit bloeiende.
Er bestaan bontbladige vormen, maar
omdat die ook minder sterk zijn, zie
je die bij ons niet zo vaak.
|
Cortaderia selloana heeft ook Cortaderia
argentea, Gynerium argenteum en Arundo
selloana geheten. De naam Cortaderia
is een Latijnse vorm van het inheemse
Argentijnse woord voor pampagras. Zijn
huidige naam kreeg dit geslacht rond
1840 van de Duitse botanicus Christian
Gottfried Daniel Nees von Esenbeck die
o.a. een boek over de Braziliaanse flora
publiceerde. Behalve in Argentinië komt
de soort namelijk ook in Uruguay en
Zuid-Brazilië voor.
|
|
Die is heel eenvoudig. Zet de plant
in vruchtbare grond op een plek in de
volle zon. Een beetje kalk wordt op
prijs gesteld. Plant hem even diep als
hij in de pot stond en geef daarna royaal
water. Zorg dat de grond goed gedraineerd
is. De grond mag niet te lang nat blijven,
zeker ’s winters niet. Daarom is het
verstandig ook een hoeveelheid fijn
grind door de tuingrond te mengen die
u weer in het plantgat terug brengt.
Dat verbetert de doorlatendheid enorm.
Meng er ook wat beendermeel doorheen.
In ons natte klimaat kunnen vooral jonge
planten het ’s winters moeilijk krijgen
doordat zich in de bladerpol veel vocht
verzamelt dat kan bevriezen. Daar zijn
de planten niet op gebouwd en dus is
winterbescherming aan te raden. Vroeger
werden er rietmatten om de planten heen
gewikkeld, maar met tuinvlies lukt dat
inpakken ook prima. Wind het gewoon
om de bladermassa heen. Oudere planten
zijn minder vorstgevoelig. In het voorjaar
de winterbescherming wegnemen en het
oude, dode blad van de plant lostrekken.
Gebruik daar wel stevige handschoenen
bij om snijwonden te voorkomen.
|
|
|
|
|
 GRAS
VAN DE ZINDERENDE PAMPA’S
|
|

Vroeger werd voor vormsnoei liefst een schapenschaar
gebruikt, zo’n gebogen ding uit één stuk verend
staal. Tegenwoordig is snoeien met een speciale
buxusschaar het handigst. Er zijn elektrische (met
accu) en handmodellen. Bij handscharen moet u op
één ding letten: als u een bolle vorm knipt, gaat
dat veel handiger als u de handvatten naar beneden
houdt: de schaar dan omgekeerd gebruiken dus.
|
|
|
|
|
|