|
Dat zijn cultuurvariëteiten van een
paar soorten: Erica carnea, de echte
winterheide, en Erica x darleyensis.
Van Calluna vulgaris zou je de paarsrode
‘Battle of Arnhem’ en de paarsroze ‘Autumn
Glow’, die in oktober-december bloeien,
erbij kunnen rekenen. Van E. x darleyensis
zijn het vooral ‘Silberschmelze’ (zilverig
wit, november-mei), ‘Darley Dale’ (paarsroze,
december-mei) en ‘Ghost Hills’ (paarsrood,
december-april). Het overgrote aantal
winterbloeiers behoort tot E. carnea.
Om een paar heel opvallende te noemen:
‘Praecox Rubra’ (paarsrood, november-maart),
‘King George’ of ‘Winter Beauty’
(donker paarsroze, december-maart),
‘Snow Queen’ (zuiver wit, december-maart).
Er zijn er veel meer die minstens zo
mooi bloeien, maar met bloeitijden die
vaak wat later of eerder vallen.
|
Door de
sterk uiteenlopende bloeitijden
is het trouwens mogelijk
het hele jaar door bloeiende
heide in de tuin te hebben.
Maar de bloei is niet het
enige dat de planten zo
interessant maakt. De bladkleuren
zijn minstens zo fascinerend.
Er zijn cultivars van Calluna
vulgaris, de gewone struikheide
van onze heidevelden, die
bijv. in de zomer bronskleurig
geel loof hebben, maar ’s
winters prachtig oranje
of oranjerood verkleuren
(‘Robert Chapman’), andere
worden van groen paarsbruin
(‘Durfordii’). Sommige ontwikkelen
in het voorjaar schitterende
jonge twijgtopjes (‘Spring
Cream’), enkele hebben grijs
behaard loof (‘Silver
Queen’). Uw tuinvakman heeft
speciale heideplantenmest
in voorraad, waar bijvoorbeeld
ook rododendrons, blauwe
bes en Pieris van smullen.
|
|
|
|
Heide die in de winter of het vroege
voorjaar bloeit mag pas na de bloei
worden gesnoeid. Doe dat dan wel zo
snel mogelijk, dan hebben de planten
de hele zomer de tijd nieuwe bloemknoppen
aan te leggen. Veel cultivars groeien
trouwens zo compact dat snoei nauwelijks
nodig is. Daarbij gaat het voornamelijk
om het wegnemen van de oude bloeitakjes.
Snoei niet te strak, anders zien de
planten er daarna erg onnatuurlijk uit.
|